SentenceClick
Tap a word...
WordHover
Hold a word...
Het is twaalf uur 's middags. Het is tijd voor de lunch. Ik heb veel honger gekregen. Ik ga naar de keuken om eten te maken. Ik eet een kom warme soep. De soep is gemaakt van groenten. Ik eet ook een wit broodje. Het broodje is vers van de bakker.
1/2Page 1 of 2