Sentence
Tap a word...
Word
Hold a word...
Dit is mijn nieuwe huis. Het huis heeft een grote woonkamer. Er staat een bank en een televisie. In de keuken maak ik elke dag eten. Boven is mijn slaapkamer en de badkamer. Ik heb ook een kleine tuin met bloemen. Ik ben heel blij in mijn eigen huis.