Sentence
Tap a word...
Word
Hold a word...
Het is heerlijk weer vandaag. De zon schijnt. Het is warm, dus ik ga naar buiten. Maar morgen verandert het weer. Er komen veel wolken in de lucht. Morgen gaat het de hele dag regenen. Ik pak mijn paraplu en ik trek mijn jas aan. In Nederland regent het vaak, maar dat is oké.