Sentence
Tap a word...
Word
Hold a word...
Back to all stories
Lucas gaat naar de stad. Hij heeft nieuwe kleren nodig. Hij loopt een kledingwinkel binnen. Er hangen veel broeken en truien. Lucas zoekt een blauw overhemd. Hij vindt een mooi overhemd. Hij gaat naar de paskamer. Het overhemd is te groot.
1/3