SentenceClick
Tap a word...
WordHover
Hold a word...
Het is zes uur in de avond. Ik ga koken in de keuken. Eerst was ik mijn handen. Dan pak ik een grote pan. Ik doe water in de pan. De pan staat op het vuur. Ik maak pasta met tomaten. Ik snijd de tomaten met een mes.
1/2Page 1 of 2