SentenceClick
Tap a word...
WordHover
Hold a word...
Back to all stories
Vandaag ga ik naar mijn oma. Oma woont in een andere stad. Ik ga met de trein. Ik kom aan op het grote station. Het is daar heel druk. Ik heb mijn tas bij me. De trein is geel en blauw. Ik stap in de trein.
1/3Page 1 of 3