SentenceClick
Tap a word...
WordHover
Hold a word...
Ik sta bij de bushalte. Het is nog vroeg in de ochtend. Ik wacht op de blauwe bus. De bus gaat naar het centrum van de stad. Er staan meer mensen te wachten. Een man leest een klein boekje. Een vrouw luistert naar muziek. Ik kijk op mijn horloge.
1/2Page 1 of 2